aanslagfix.nl

Ik woon alleen, maar krijg een aanslag afvalstoffenheffing voor een meerpersoonshuishouden: kan ik bezwaar maken?

Gemeenten baseren de aanslag afvalstoffenheffing meestal op de inschrijving in de Basisregistratie Personen. Staat u volgens die registratie niet alleen ingeschreven, dan kunt u daartegen bezwaar maken met bewijs van uw werkelijke woonsituatie.

Kort antwoord

Ja, dat kan. Gemeenten die afvalstoffenheffing per huishouden vaststellen, hanteren meestal twee tarieven: een lager tarief voor een eenpersoonshuishouden en een hoger tarief voor een meerpersoonshuishouden. Welk tarief u krijgt, wordt meestal afgeleid uit de Basisregistratie Personen, kortweg BRP: het systeem waarin gemeenten bijhouden wie waar staat ingeschreven. Staat er volgens die registratie nog iemand anders op uw adres, terwijl die persoon daar feitelijk niet woont, dan kan de aanslag niet kloppen. Daartegen kunt u binnen de bezwaartermijn bezwaar maken bij de gemeente die de aanslag heeft opgelegd.

Het gaat hier dus niet om een discussie over het tarief zelf, maar over de vraag of de gemeente van de juiste woonsituatie is uitgegaan. Dat is een feitelijke kwestie, en die bewijst u het beste met concrete stukken: een uittreksel BRP, een verklaring van de vorige bewoner, een huurcontract, of documentatie waaruit blijkt dat iemand elders zijn hoofdverblijf heeft. Zonder dat bewijs is de kans kleiner dat de gemeente de aanslag aanpast.

Hoe gemeenten het tarief bepalen

De verordening afvalstoffenheffing van uw gemeente bepaalt meestal een peildatum, vaak begin van het kalenderjaar, waarop wordt gekeken hoeveel personen op uw adres staan ingeschreven. Dat aantal bepaalt het tarief voor het hele jaar, ook als de situatie daarna verandert. Verhuist iemand pas in februari uit, dan kan de aanslag van dat jaar toch nog van het hogere tarief uitgaan, tenzij de verordening van uw gemeente daar een andere regel voor heeft. Het is dus zaak om precies na te gaan wat de peildatum was en wie er op dat moment volgens de BRP op uw adres stond.

Een veelvoorkomende situatie is dat een kind, een ex-partner of een kamerhuurder nog op uw adres staat ingeschreven, terwijl die persoon feitelijk al ergens anders woont. De gemeente weet dat vaak niet vanzelf; zij gaat af op wat er in de registratie staat. Bezwaar maken heeft dan als doel om aan te tonen dat de feitelijke situatie afwijkt van de registratie, niet om de registratie zelf te wijzigen. Die twee zaken lopen naast elkaar: een adreswijziging bij de gemeente doorgeven is iets anders dan bezwaar maken tegen de aanslag.

Wat telt als bewijs

Omdat het om een feitelijke vraag gaat, is documentatie belangrijker dan een uitleg op papier. Denk aan een verklaring van de vorige bewoner over de datum van vertrek, een huurcontract of koopakte van de nieuwe woning van die persoon, een inschrijving bij een andere gemeente, of correspondentie waaruit blijkt dat iemand al langer elders verblijft. Bij studenten die tijdelijk op kamers wonen maar formeel op het ouderlijk adres blijven staan, speelt vaak de vraag waar het feitelijke hoofdverblijf ligt; ook daar telt de praktijksituatie zwaarder dan waar iemand toevallig staat geregistreerd.

Houdt u een kamer aan voor mantelzorg, co-ouderschap of een tijdelijke situatie, dan onderzoekt de gemeente doorgaans of er sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. Dat begrip wordt niet overal op dezelfde manier ingevuld, en de uitkomst hangt sterk af van de concrete omstandigheden. Voor de eigen situatie is het daarom verstandig om de verordening van uw gemeente te raadplegen of een jurist te vragen hoe dat begrip daar wordt toegepast.

Samenloop met de WOZ-aanslag

De afvalstoffenheffing komt vaak op hetzelfde aanslagbiljet te staan als de aanslag onroerendezaakbelasting, die is gebaseerd op de WOZ-waarde van uw woning. Dat zijn twee verschillende belastingen met elk hun eigen grondslag: de een gaat over het aantal bewoners, de ander over de waarde van het pand. Bezwaar tegen het ene onderdeel betekent niet automatisch bezwaar tegen het andere; wilt u tegen beide onderdelen bezwaar maken, dan is het verstandig dat expliciet te vermelden in uw bezwaarschrift.

De termijn en de volgende stap

Ook voor deze aanslag geldt de gebruikelijke termijn van zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet om bezwaar te maken. Wacht u langer, dan loopt u het risico dat de gemeente het bezwaar niet meer inhoudelijk behandelt. In de kennisbank met uitleg per soort aanslag leest u hoe die termijn precies wordt berekend en wat u kunt doen als de aanslag u later bereikte dan verwacht.

Twijfelt u of uw situatie kans maakt, dan hoeft u niet eerst een jurist te bellen. Met een paar korte vragen ziet u meteen een indicatie van uw kansen, geheel gratis en vrijblijvend. Wilt u eerst weten hoe die inschatting tot stand komt en waar de informatie vandaan komt, kijk dan bij de uitleg over de werkwijze van aanslagfix.nl. Blijkt bezwaar maken zinvol, dan stelt aanslagfix.nl tegen een vast laag bedrag een volledig bezwaarschrift op dat u zelf ondertekent en indient; de tarieven daarvoor staan overzichtelijk op de pagina met prijzen.

Dit artikel is algemene informatie en geen juridisch advies.