aanslag komt bij bewindvoerder binnen wie moet er bezwaar maken
Bewindvoerder ontvangt de aanslag, samen bezwaar maken
Als iemand onder bewind staat, gaat de belastingaanslag meestal automatisch naar de bewindvoerder. De bewindvoerder beheert het geld en de financiële post van de persoon, en valt daarom ook onder de post die met geld te maken heeft, zoals een belastingaanslag. Dat betekent niet dat de persoon zelf niets meer mag: het gaat om samenwerking. De bewindvoerder kijkt naar de aanslag en beoordeelt of bezwaar maken zinvol is, maar de persoon zelf blijft degene om wie het gaat en kan zijn wensen daarover kenbaar maken.
In de praktijk is het de bewindvoerder die het bezwaarschrift opstelt en indient, omdat die namens de persoon optreedt in financiële zaken. Het bezwaarschrift moet wel op naam van de belastingplichtige zelf staan, ook al voert de bewindvoerder de correspondentie. Twijfel over wie precies moet tekenen of indienen, is iets om samen met de bewindvoerder of eventueel de instantie zelf uit te zoeken. Dit is overigens geen unieke situatie: hetzelfde speelt bijvoorbeeld als een aanslag eigenlijk voor iemand anders bedoeld is, waar ook eerst duidelijk moet worden wie de juiste geadresseerde is voordat er bezwaar gemaakt kan worden. En ook bij een te hoge WOZ-waarde speelt dezelfde vraag: wie is de belanghebbende die formeel bezwaar mag maken, zie de pagina over een te hoge WOZ-waarde.
Waar de termijn van zes weken vandaan komt
De termijn om bezwaar te maken tegen een aanslag is zes weken, en die termijn staat in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht. Deze termijn geldt voor het besluit zelf, niet voor de vraag wie het bezwaarschrift indient. Of nu de bewindvoerder of de persoon zelf de aanslag ontvangt en verwerkt: de termijn van zes weken loopt vanaf de datum van de aanslag, zoals die ook is vastgelegd volgens de regels van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Vertraging in de overdracht van post naar de bewindvoerder verandert deze termijn niet.
Waar dit op gebaseerd is
- Algemene wet inzake rijksbelastingen
- Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:7 (de bezwaartermijn van zes weken)
De wetteksten staan op wetten.overheid.nl. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.