hoe schrijf ik een machtiging om namens iemand anders bezwaar te maken
Een machtiging is een korte, ondertekende verklaring
Een machtiging voor bezwaar is een kort document waarin iemand schriftelijk aangeeft dat een ander namens hem bezwaar mag maken. Er staat in wie de machtiging geeft, wie de machtiging krijgt, om welk besluit het gaat en dat de ontvanger bevoegd is om namens de afzender bezwaar te maken en daarover te corresponderen. Een datum en een handtekening van degene die de machtiging geeft, horen er altijd bij. Zonder handtekening is niet duidelijk of de opdracht echt van die persoon komt, en dat geldt voor een bezwaarschrift zelf net zo goed: ook daar is een handtekening in de regel nodig.
De machtiging is nuttig in twee soorten situaties. In het dagelijks leven maakt bijvoorbeeld een zoon bezwaar tegen een belastingaanslag van zijn moeder, of een partner tegen een verkeersboete van de ander — daar gaat het vaak om een kort briefje met de gegevens van beide personen. In een zakelijke zaak machtigt een ondernemer bijvoorbeeld een boekhouder of gemachtigde om namens de onderneming bezwaar te maken tegen een aanslag of een vergunningsbesluit; daar wordt vaak ook gevraagd om een uittreksel van de Kamer van Koophandel, zodat duidelijk is wie bevoegd is om de onderneming te vertegenwoordigen. In beide gevallen stuurt de gemachtigde de machtiging gewoon mee met het bezwaarschrift, als bewijsstuk bij het bezwaar. Wie zich afvraagt of hij dit überhaupt voor iemand anders mag doen, leest dat na bij de vraag of bezwaar namens een partner of ouder mag.
Waar dit uit blijkt: gemachtigde in de Awb en Awr
De Algemene wet bestuursrecht en de Algemene wet inzake rijksbelastingen gaan er allebei van uit dat een bezwaar ook door een gemachtigde kan worden ingediend, en instanties vragen dan om een schriftelijk bewijs van die volmacht voordat ze de gemachtigde als vertegenwoordiger behandelen. Voor de inhoud van het bezwaarschrift zelf verandert er door een machtiging niets: dat moet nog steeds voldoen aan wat er in een bezwaarschrift moet staan, en de bezwaartermijn van zes weken uit artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht loopt gewoon door, machtiging of niet.
Waar dit op gebaseerd is
- Algemene wet inzake rijksbelastingen
- Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:7 (de bezwaartermijn van zes weken)
De wetteksten staan op wetten.overheid.nl. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.