moet ik een machtiging meesturen als ik bezwaar maak namens iemand anders
Meestal wel, als bewijs dat u mag optreden
Ja, in de meeste gevallen is een machtiging nodig als u bezwaar maakt namens iemand anders. Een machtiging is een schriftelijk bewijs dat de persoon om wie het gaat u toestemming heeft gegeven om namens hem te handelen. De instantie die het besluit heeft genomen, wil zeker weten dat u niet zomaar namens iemand anders spreekt. Zonder dat bewijs kan de instantie het bezwaar buiten behandeling laten, of u eerst vragen om het nog aan te leveren.
Een voorbeeld uit het dagelijks leven: een zoon maakt bezwaar tegen een verkeersboete die op naam van zijn moeder staat, omdat zij slecht ter been is en de brief niet zelf wil afhandelen. Een voorbeeld uit een zakelijke zaak: een boekhouder maakt bezwaar tegen een belastingaanslag namens de onderneming van zijn klant. In beide gevallen is dezelfde machtiging nodig, ook al gaat het om een heel ander soort besluit. Alleen als u een partner of ouder vertegenwoordigt, gelden er soms andere gewoontes rond dat bewijs; dat verschil staat beschreven op de pagina over bezwaar maken namens een partner of ouder. Een machtiging is overigens geen vervanging van een handtekening: de vraag of er een handtekening onder het bezwaarschrift moet staan is een aparte kwestie, die los van de machtiging speelt.
Wat volgt uit de Algemene wet bestuursrecht
De Algemene wet bestuursrecht regelt hoe bezwaar maken werkt, inclusief de termijn van zes weken uit artikel 6:7. De wet zelf noemt niet expliciet een verplichte machtiging, maar in de praktijk vraagt een instantie er standaard om zodra iemand anders dan de belanghebbende zelf het bezwaar indient of ondertekent. Voor belastingzaken staat in de Algemene wet inzake rijksbelastingen een vergelijkbare praktijk: ook daar wil de Belastingdienst een machtiging zien voordat iemand namens een ander mag optreden. Welke stukken u verder nog moet meesturen, naast een eventuele machtiging, staat beschreven op de pagina over de stukken die bij een bezwaar horen.
Waar dit op gebaseerd is
- Algemene wet inzake rijksbelastingen
- Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:7 (de bezwaartermijn van zes weken)
De wetteksten staan op wetten.overheid.nl. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.